+32 2 452 62 02 info@lachaumiere-asse.be

PajottenlandBezienswaardigheden

Beverse Kaasmakerij

De melkkoeien van Patrick De Ville grazen rustig in de weiden van Bever, de kleinste gemeente van Vlaams-Brabant in een uithoek van het Pajottenland.

De dieren ogen heel ontspannen. Ze worden dan ook gemolken door een ‘Vrijwillig Melk Systeem’, dus wanneer ze het zelf willen. Van de melk maakt Patrick acht soorten halfharde kaas. Daarvoor gebruikt hij alleen dagverse melk, zonder bewaar- of kleurmiddelen. Proef zijn lekkere broodkaas, of de pittige brandnetelkaas, kaas met hazelnoten of zelfs kaas gerijpt in streekbier.

Elke bol kaas is zes weken gerijpt bij veertien graden Celsius, een heel natuurlijk proces.

Kerkhove 64, 1547 Bever
054 58 86 84
www.beversekaas.be

Gemeenveldstraat 1, 1652 Alsemberg
02 359 16 36
toerisme@beersel.be
www.delambiek.be

Bezoekerscentrum De Lambiek

Maak kennis met het spontane gistende lambiekbier in het Bezoekerscentrum De Lambiek.

Lambiek vormt de basis voor de productie van Oude Geuze en Oude Kriek en wordt de dag van vandaag nog steeds gebrouwen volgens een hele lange traditie. De Vlaams-Brabantse godendrank is het resultaat van artisanale kennis die nergens anders te vinden is.  De tinten, smaken en geuren van Lambiekbieren zijn een bron van verfijnd genot en authentieke gezelligheid.

Het Bezoekerscentrum is de ideale plek om dit ambachtelijke brouwproces met al je zintuigen te beleven. Na het bekijken van een schitterende film over het lambiekbrouwproces krijg je, zonder twijfel, de smaak te pakken om dit unieke en karaktervolle bier verder te ontdekken.

Bezoekerscentrum De Lambiek is dan ook het ideale startpunt voor een smaakvolle ontdekkingstocht doorheen het Pajottenland en de Zennevallei.

Huisje Mostinckx

Huisje Mostinckx is een in 1981 beschermd lemen hoevetje aan het Dorpsplein te Sint-Martens-Bodegem. Het is een langgevelhoeve in houten stijl- en regelwerk, op-gevuld met leem. Het huisje is een van de laatste getuigen van de traditionele leem-bouw in het Pajottenland. Tot ver in de 19de eeuw zijn de lemen hoevetjes in het Pajottenland de meest voorkomende behuizing. De naam Pajotten (paillottes) verwijst volgens sommigen naar het strodak van deze woningen. Deze enkele vierkante meter vertellen op aanschouwelijke wijze veel over het vroegere harde (boeren)leven en de traditionele woningbouw. In 1556 wordt het huis voor het eerst vernoemd als eigendom van Jean Moernay. Later is het bekend als herberg “De Oude Smisse” (1598) en “De Helle” (1621). Sinds 1722 is het perceel in het bezit van de familie Mostinckx.

In mei 2000 werd het huisje om zijn historisch-educatieve waarde door de gemeente aangekocht en werden er allerlei restauratiewerken uitgevoerd. Vandaag is het huisje Mostinckx opnieuw opengesteld voor het publiek.

Dorpsplein 5
1700 Sint-Martens-Bodegem
www.toerismedilbeek.be

Kasteel Groenenberg
Konijnestraat 172 bus b
1602 Vlezenbeek

Kasteel Groenenberg

Omstreeks 1900 bouwde notaris Charles Claes het landhuis Groenenberg naar ontwerp van de Brusselse architect Y. Evrard. Het was het ‘grootste kasteel van Vlezenbeek’, een knipoog naar de overbuur in Gaasbeek, ‘het grootste kasteel van het Pajottenland’…
Landschapsarchitect Edmond Galoppin ontwierp het park rechts van de hoofdingang.
Hij was ook de ontwerper van het Bulskampveld in Beernem en het Josaphatpark in Schaarbeek. Het park links werd enkele jaren later aangelegd, volgens Galoppins principes.
Van het kasteel vertrokken zes zichtassen langs de belangrijkste onderdelen van het park naar de oneindigheid van het landschap rondom. Vijf ‘vista’s’ bestaan vandaag nog, al eindigen ze op één uitzondering na bij de grenzen van het park.

De afdeling Bos & Groen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap herstelde het grootste deel van het park op basis van Galoppins plannen. Het domein werd ook verrijkt met onder andere collecties rododendrons.
Het kasteel is niet toegankelijk voor bezoekers. Het herbergt de diensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Kasteel van Gaasbeek

Het kasteeldomein van Gaasbeek is de laatste restant van de oude heerlijkheid Gaasbeek, die in 1236 werd gesticht door de hertog van Brabant. De bekendste eigenaar is zonder twijfel Lamoraal, graaf van Egmond, die het kasteel kocht in 1565, drie jaar voor zijn dramatische terechtstelling.

Een eerste versterkte burcht werd in het midden van de 13e eeuw opgetrokken om Brabant te beschermen tegen invallen uit Vlaanderen en Henegouwen. Dit slot werd echter verwoest in 1388. De heropbouw, waarvan een aantal buitenmuren nog te zien is, duurde twee eeuwen. Tijdens het eerste kwart van de 17e eeuw liet Renaat van Renesse een Franse tuin, een barokpaviljoen en een kapel optrekken in het domein.

Kasteelstraat 40, 1750 Gaasbeek (Lennik)
02 531 01 30
kasteelvangaasbeek@vlaanderen.be

Zoniënwoud

Het Zoniënwoud, dat is 4.400 hectare Europese topnatuur waar jaarlijks meerdere miljoenen bezoekers op afkomen. Maar ook: een uitgestrekt en betoverend woud aan de rand van Brussel, doorsneden door drukke verkeersassen. Het enige natuurgebied ook dat op het grondgebied van de drie Belgische gewesten ligt.

Om de verschillende functies van het woud en het uiteenlopende gebruik ervan beter op elkaar af te stemmen, hebben het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in 2008 beslist om samen te werken. De bakens voor de toekomst van het woud hebben ze uitgezet in de ‘Structuurvisie voor het Zoniënwoud’. Die samenwerkingsovereenkomst gaat niet alleen over het Zoniënwoud, maar ook over de groene zones in en rond het woud: het Terkamerenbos, het Arboretum van Tervuren, het Kapucijnenbos, het domein Solvay, … in totaal maar liefst 5.000 hectare.

Bij de staatshervorming van 1980 werd de bevoegdheid rond het bosbeheer overgeheveld naar de drie gewesten. Sindsdien ligt het Zoniënwoud verspreid over de drie gewesten: 56 procent ligt in het Vlaamse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest telt 38 procent en het Waalse Gewest 6 procent. De drie gewesten leverden elk op hun eigen terrein goed werk. Maar al snel bleek dat het woud en de gebruikers nood hadden aan een gecoördineerde benadering. Het Zoniënwoud stopt immers niet aan de grenzen van de gewesten.